
FNV
FNV staat voor Federatie Nederlandse Vakvereniging. De vakcentrale FNV is de overkoepelende organisatie van de verschillende FNV Bonden. Uiteraard behoort ook FNV Sport hiertoe.
De FNV is er voor iedereen: jong en oud, werknemers, zelfstandigen, mensen met een uitkering en gepensioneerden. Zo'n 1,2 miljoen mensen zijn lid van een FNV-bond. En niet voor niets. De FNV biedt professionele CAO-onderhandelaars, deskundige juristen en betrouwbare belastingconsulenten.
De FNV zorgt voor een goede CAO. Dat is een collectief contract dat de bond namens jou en je collega's afsluit met de werkgever, een goed loon, fatsoenlijke arbeidsomstandigheden, vermindering van werkdruk enzovoorts, Kortom, alle zaken die met werk en inkomen te maken hebben. De FNV helpt als je werkgever de regels in de CAO niet goed naleeft. Ook kun je terecht voor allerlei gratis diensten, bijvoorbeeld juridisch advies. Dit zijn slechts een paar voorbeelden.
De leden van de FNV komen uit alle geledingen van de samenleving. Mannen zijn duidelijk in de meerderheid, maar de groep vrouwen groeit stevig door. De verhouding tussen mannelijke en vrouwelijke leden verschilt overigens sterk per bond. Van alle leden werkt 18 procent niet (meer) betaald. De grootste ledengroei zit de laatste jaren bij de FNV-bonden voor zelfstandigen zonder personeel.
De FNV bestaat uit 16 zelfstandige vakbonden, die werkzaam zijn in bijna alle sectoren van onze maatschappij. De FNV-bonden werken samen in de vakcentrale. De vakcentrale FNV coördineert en regelt zaken die boven de afzonderlijke bedrijfstakken uitstijgen.
Maar de vakcentrale heeft ook eigen taken: ze zorgt voor publiciteit (persberichten, informatiemateriaal en media-optredens), ze biedt een platform voor jonge FNV-leden en verzorgt informatiecampagnes voor scholieren en studenten. En niet te vergeten, de vakcentrale coördineert acties met een gemeenschappelijk belang, zoals de actie 'flitsontslag? Exit!'
De FNV bestaat meer dan honderd jaar. Voorlopers van de FNV waren het Nederlands Katholiek Verbond (NKV) en het van oorsprong socialistische Nederlandse Verbond van Vakverenigingen (NVV). Deze vakcentrales werden in respectievelijk 1909 en 1906 opgericht. In de jaren zeventig van de vorige eeuw zagen zij samen met het CNV de noodzaak tot samenwerking. Na een aantal besprekingen daarover haakte het CNV echter af. De vakcentrales NKV en NVV besloten wel samen door te gaan. Per 1 januari 1982 fuseerden NKV en NVV tot de FNV: de Federatie Nederlandse Vakbeweging.
In de loop der tijd zijn vervolgens verschillende vakbonden van de FNV gefuseerd. Zo zijn ondermeer ABVAKABO FNV en FNV Bondgenoten ontstaan, de twee grootste vakbonden binnen de FNV. Ook hebben nieuwe vakbonden zich aangesloten bij de FNV. De laatste twee waren FNV Zelfstandigen in diensten, groen handel, ict, industrie vervoer en zorg en FNV Zelfstandigen Bouw. Het totaal aantal FNV-bonden kwam daarmee op 16.

Logo FNV
. . . . .